zeegedichten


Aan zee

Een gore zee;
Aan 't strand daarvan:
Van lieverlee
Een eenzaam man.

Zijn blik is naar
Verlatenheid -
Geen uitzicht, waar
Men die vermijdt.

In 't niets verglijdt
Zonder misbaar,
De hooploosheid
Van weer een jaar.

De mond blijft stom
Tegen den tijd,
Want ouderdom
Is eenzaamheid

Bloem

zeeklacht

Het water van de zee is altijd zout,
hoe men de suikerpot ook mag hanteren
geagiteerd over het strand marcheren,
terwijl de wind de brandingskoppen krauwt,
een borstbeeld hakken uit scheepstimmerhout,
des nachts, in droom, met meerminnen verkeren,
tarbot fileren of Neptuin vereren,
het water van de zee is altijd zout.

Daar helpt geen moederlief, geen vaderstout,
geen bokken, knokken of gekscheren,
geen brein van boterkoek, geen hart van goud,
of men voor dames voelt of meer voor heren,
het water van de zee blijft altijd zout.


Cees Buddingh

Dijk bij avond

Een grenspaal op een klinkerband,
De zee verneveld naast het land.

Hard glibb’rig grauw, een dos van wier:
Bazalt in mijlen, kier na kier.

Ontel’bre vochtige ravijnen,
Waar binnendieren in verkwijnen.

De steenen huid ziek overtogen
Met ringen mos, die geel verdrogen.

Het gras in welf, wat daar nog weidt?
Iets wits en levends, schaap of geit?

Maar zelfs de stormbal geeft geen taal
Of teeken aan zijn klamme paal.

O kuststreek zonder slot of zin,
Gelijk aan ’t einde het begin,

Waar in een eeuw geen branding sloeg,
Stort in, verdwijn, het is genoeg

S.Vestdijk

Angústia


De zee trekt onder de nacht
Naar vele verlaten stranden;
Als een vloeibare wind is zijn klacht,
En zout, zooals tranen branden.

Ik voel dat overal waar de
Branding in snikken breekt
Tegen de kusten der aarde,
Mijn leed met zijn golven smeekt

Om de verloren genade
Jou weer nabij te zijn.
Ik wil van mijn schip af waden
Naar iedere einderlijn.

Want nergens en overal,
Als ‘t licht van de maan uit de wolken,
Doolt mijn verdriet door ‘t heelal
En wil zich verdrinken in kolken.

Maar ik weet dat de zee en ik
Des nachts hetzelfde voelen,
Om één leed tezamen woelen
Op ‘t oeverloos bed tot een snik.

Zoo zocht ik om te vergeten
Dat ik alles verloor om een vrouw;
Maar waar hij ook door haar schijnt bezeten,
Word ik toch weer gedompeld in rouw.

J Slauerhoff

dichter van het onvervulde verlangen


De dichter wordt, door onbestemde spijt bevangen,
onweerstaanbaar naar zijn metafoor gedreven:
de zee, door een roestig schip beschreven
met een efemere zin vol onvervuld verlangen.

De havens ook, de vrouwen, voorzichtig aangestipt,
die hij telkens weer ontgoocheld loslaat,
wel wetend dat wat h¡j zoekt niet bestaat,
dat wat naar het gezochte zweemt hem toch ontglipt.

De stormen ook, hevig als zijn hunker naar
wat onbereikbaar blijkt en overslaat,
als een golf net voor het schip vergaat,
en de zee in haar diepte hem rust openbaart

B. Plouvier

Baai bij avond

De schemering valt.
een grote, rode maan
stijgt langzaam uit de golven
aan den oosterrand
der nauwlijks ademende avondzee.
de dromen komen met de golven mee
en mijmerend gewordt mij, ongezocht,
waarvoor ik jaren in vertwijfeling vocht,
denkende dat het geluk omstréden moest zijn
en dat het leven zonder smeken niet schenkt.
o, heerlijk is nu het talmen
geworden aan deze rede!
bij het dwalen onder de nacht'lijke palmen
ben ik van vrede doordrenkt.

H. Marsman
Getijde

het strand van mijn hart
waarin de golfslag van de dag
getekend staat is drooggevallen.
achter een horizon van vogels
boven wolken en water
ontwijkt de vloed mijn handen.
kom nu en zoek de schelpen bijeen
de rose van mijn liefde
de grijze van mijn eenzaamheid
maar laat de witte dicht
want daarin woont het schelpdier
van mijn verlangen.
de fles met het laatste bericht.

Katinka Terhorst

Zee

Als passend kleed glijdt ze
om haar minnaars heen
en proeft hun lijven.

Op het ritme van getij
neemt ze vasteland in
met geweld en
strooit herinneringen
tussen schelpen en koralen.

Als adem van de regen,
in wolken en in nevel
beheerst ze zelf de meeuwen.

Ongestraft als kleptomane
steelt ze het einde van de dag
en verzinkt het licht
telkens voor een nacht,
als kind gewiegd
in haar moederschoot terug.

Rudi J.P. Lejaeghere

Zeemist

de zee gaat streeploos over
in 'n grijs hemeldek
de lucht windstil
zandsporen in lichte tinten
zacht watergeruis
ruist de zee
alleen het duin scherp afgetekend
tot ook dat in dichtbije verte
oneindige mist verdwijnt.

Sam Israël 1991

De Zee
Willem Kloos